Kijkraam 10: Voor wie meer wil; Verhoudingen en gelijkenis van meer dan aards geheimenis.

In dit blogje kan ik de verleiding niet weerstaan in te gaan op de abstracte verhoudingen in de Bovenkerk. Het zal de lezer bekend zijn dat het middeleeuwse perspectief behoorlijk afweek van het onze. Waar dat perspectief vandaan kwam, daarover zo meer. Ik zet eerst de verhoudingen en de proporties in het kijkraam omdat het fascinerend is dat hogere abstracte wiskunde en fysieke handen en voeten hierin heel dicht bij elkaar komen. In het kader van dit project- de stuwende werking in de fysieke ervaring - past dat goed.  

Een fysiek spoor van het wereldbeeld van de middeleeuwers is te zien in de kerkenbouw: In de verhoudingen en proporties van elke kerk, maar ook van elke boerenschuur, werd gebruik gemaakt van het proportiestelsel. Dit eenvoudige proportiestelsel maakte deel uit van de proportieleer, dat is de leer van verhoudingen en getallen. Met het proportiestelsel, wat ik hieronder ga toelichten, kon men zonder tekening en berekening bouwen overeenkomstig de proporties van het volmaakte prototype: het lichaam van Christus. En wat het zo bijzonder maakt is het fysieke karakter ervan:

Houtje touwtje:

  • Je slaat een piketpaaltje daar waar het water niet bij kan.
  • Je zet een lijn in het zand, van oost naar west (X as), met het piketpaaltje in het midden.
  • Dan met een haak zet je de Y as loodrecht op de X as.
  • Passer of touw; maak een cirkel vanuit piketpaal zo groot als een balk kan overspannen (=18 m max)
  • Zet daaromheen een vierkant uit, zijden evenwijzig aan de X as en Y as. Nu heb je de viering van je kerkplattegrond.
  • Met passer trek je een cirkeldeel; passerpunt op half zijkant van het vierkant, te vinden door diagonaal kruis te tekenen. De top van de passer zet je op de bovenhoek van het vierkant en cirkel een halve cirkel naar boven, tot de doorgetrokken zijkant van het vierkant.
  • Dan andere zijde hetzelfde doen, en zo vindt je zonder rekenen een Gulden-snede rechthoek.
  • Zie tekening voor het vervolg.

Met een passer, haak, lineaal en touwtjes kon men vanuit dat ene punt het volgende uitzetten: de viering (symbool voor afbakening, plek =kruis), Het guldensnede-rechthoek (de verhouding waarmee God de natuur uitmeet) de gelijkbenige driehoek (symbool voor de drie enige God), de gelijkzijdige driehoek, de cirkel (= de kosmos) en ten slotte het pentagram ( het getal 5: het onbekende, mysterie:2 en 3= dat het Goddelijke zich deelt). Dat is geheime kennis want van de Schepper zelf).
Op deze wijze zijn alle basisvormen -in proportie- afgeleid van het vierkant (= Christus op aarde). In deze basisverhoudingen spelen getallen de hoofdrol. die getallen hebben een astrologische duiding. 

Zo in verhouding geplaatst en gevormd kunnen stenen en balken het menselijk tekort bestrijden en rechtvaardigen. Zo is de inwoning van God op aarde, in het lichaam van Christus, in steen uitgedrukt.
Waar komt deze Scholastieke Middeleeuwse visie vandaan?

Pythagoras ( ja die van de stelling van..) zag een structuur in die chaotische wereld vol vormen. In de loop van de hemellichamen zag hij abstracte wiskundige relaties. Getallen zijn zonder vorm en voorstelling en dus zuiver en eenduidig. Hij legde zich toe op het duiden van ons bestaan in een astrologisch getallensysteem. zijn getallensymboliek is in het proportiestelsel terug te vinden en speelt dus een basisrol in de plattegrond van de Bovenkerk.

Plato (ca. 427 v. Chr. – 347 v. Chr) was van mening dat, wil men de vorm van dingen begrijpen, dan moeten ze niet in getallen verklaard worden maar in fundamentele vormen. Plato veronderstelde dat de vormen in de zintuigelijke wereld op archetypische vormen of ideeën leken. Het was echter zinloos om als mens die eeuwige ideeën na te bootsen. Het zal altijd een zwakke afspiegeling opleveren, bovendien onderhevig aan de tand des tijds. Dus fysieke Platonische kunstzinnigheid is er weinig te ontdekken in de kerk, want hier beneden is het niet. Je ziet wel zijn vormenleer terug in het proportiestelsel: de cirkel, driehoek, de vierhoek, de vijfhoek en zeshoek. Elk Gotisch raam is een lesje in Platonische vormen.

Aristoteles (384 v.Chr. – 322 v.Chr) zag meer in ‘hier beneden’. Hij zag een ingebakken potentie in aardse dingen. De ideale vormen werken in aardse dingen immanent (inwonend), in plaats van transcendent (in de hemel). Er zit als het ware een drijfveer in de aardse vormen die ze dwingt om hun kenmerkende vorm aan te nemen. In de aardse werkelijkheid zit zo een doelgerichtheid naar harmonie en zuiverheid.

De scholastische filosofen uit de middeleeuwen namen deze visie over. (bijvoorbeeld Thomas van Aquino -ca. 1225-1274) Deze visie op de vitale kracht van de materie zien we terug in de Bovenkerk, en met name het koor is een voor Nederlandse begrippen gave expressie van deze visie. Zo maakt de bouwmeester van ruwe steen de diamant die er al als potentie in zit!
We kunnen moeiteloos deze doel-oorzakelijke kijk op de vormen herkennen bijvoorbeeld hoe aards licht door de hoge ramen in hemels licht verandert. Let op hoe zware ruwe natuurstenen omgevormd zijn door de meesterhand, tot ze haast gewichtloos lijken. Ik ervaar haast fysiek hoe deze ruimte een motiverende uitwerking heeft, een doeloorzakelijke intentie belichaamt van gelijkenis van meer dan aards geheimenis.

Schuivende horizonnen en denkbeelden
Zo rond 1650 begon men doel-oorzakelijke interpretaties van de natuurlijke wereld aan mechanistische regels te binden. De materie werd onttoverd. Wij, 21ste eeuwers, verwachten veel van kennis en informatie. Big Data. wij geloven in een atomaire wereld, waarin beweging een mechanistische drijfveer kent: oorzaak en gevolg is de motor van de evolutie. Zelfs ten aanzien van ons eigen gedrag en ons eigen bewustzijn, zoeken we nog steeds methoden met het doel ons te genezen van de kwalen van het denken in doeloorzaken. In de breinkunde worden forse stappen gezet in dit genezingsproces. Ons bewustzijn is inmiddels geobjectiveerd: Ik ben mijn brein. De grote vraag is wie is die ik en tegen wie heeft die ik het? Gaat bewustzijn vooraf aan materie of materie vooraf aan bewustzijn?

Wie een handeling als het maken van een kunstwerk aan iemand wil uitleggen kan niet volstaan met een uitvoerige beschrijving van de daartoe benodigde spierbewegingen en de daartoe benodigde chemische acties en reacties van het brein.
En zo komt in dit project de vraag aan de orde: wat dwingt ons om onze vorm aan te nemen? Wat motiveert ons in het krachtenveld van het leven? Wat ontsteekt onze hartstocht en werkdrift? Wat formeert ons zelfbeeld?
 


Gepubliceerd op dinsdag 19 september 2017 « berichten