Kamper Kunstprijs 2015 en mijn inzending.

De menselijke maat in Kampen!
Zaterdag 5 september 3 uur is de bekendmaking wie de kunstprijs 2015 gewonnen heeft. In behoor tot de 22 genomineerden. Ik laat je in dit bericht meer zien over het onstaan van mijn inzending. Pas na zaterdag is het werk in zijn geheel te zien op de site.

De Gemeente Kampen schrijft een tweejaarlijkse kunstprijs uit onder de naam ‘Kunstprijs Kampen’.
Het thema in 2015 is reflectie. De Kamper kunstenaars worden uitgenodigd zich te laten inspireren door een thema of voorwerp uit de vaste presentatie van het Stedelijk Museum Kampen. Ik heb me laten inspireren door de schouw in de Schepenzaal, gemaakt door Colijn de Nole, 1543. In dit verslag kun je lezen hoe de schouw in mijn verbeelding is terechtgekomen.

De menselijke verhoudingen
De schouw in de schepenzaal is zonder meer het topstuk van het museum. Het is een eerbetoon aan keizer Karel de Vijfde, die in dat jaar landsheer werd in alle Nederlandse gewesten. Zowel in voorstelling en vorm drukt de schouw het fundament uit van de laatmiddeleeuwse visie op recht en macht, waarin de schepenen regeren op gezag van de keizer die op zijn beurt heerst bij de gratie Gods. En, zoals we zullen zien, bij de gratie van de vrije burgers.
Enerzijds wordt die boodschap verteld door de vele beelden en teksten die de schoorsteenmantel rijk is, bijvoorbeeld door bovenin de vorst Karel V af te beelden voor zijn wapen, de tweekoppige adelaar, of door de voorstellingen van de 7 deugden die aan de vorst werden toegeschreven.
Wat minder opvalt, is dat anderzijds deze visie ook in de verhoudingen en de compositie van het ontwerp zélf is uitgewerkt. Deze schouw laat die fascinatie van de renaissancemens zien voor het getal en mathematische verhoudingen.

De sleutel
Ik ontdekte een eenvoudig schema van gestapelde rechthoeken met de gulden snedeverhouding (De kortste zijde staat tot de langste zijde als de langste zijde staat tot de optelsom van die twee zijden. Zie tekening en beschrijving verder in de tekst). De ornamenten en beelden zijn geplaatst op de snijpunten van de diagonalen. In het hart van Charitas, het centrale beeld, is de passer gezet waardoor cirkel, vierkant en driehoek een verband krijgen. Zo verkrijgt de schouw, maar ook het recht, zijn vorm, gebaseerd op de zuivere verhouding. In de tekening zie je de structuur die ik vond.

Mijn werkstuk
Ik had dan wel de code eindelijk gevonden, na veel schetsten en slordige meetfouten. Maar wat moest ik ermee? Ik werk meestal vanuit de wisselwerking tussen materiaal en mijn hand. De beelden ontstaan nooit in mijn hoofd en als ze dat doen falen mijn plannen immer. Nu zat ik met een hoofd vol beelden. Dat loopt nooit goed af! Dan krijg je denkkunst. En daar ben ik niet zo van.

Ik ben teruggegaan naar de basis, letterlijk. Hoe doe je dat in dit geval?
De renaissancekijk op het leven is gebaseerd op kennis van de (klassieke) traditie. Mijn expressie is letterlijk gebaseerd op de letters van deze traditie door bladzijdes, gescheurd uit een kunstgeschiedenis boek dat handelt over renaissancebouwkunst, te gebruiken als ondergrond voor het schilderij. Grappig is dat je dan pas ontdekt dat die bladzijdes ook de guldensnedeverhouding hebben. Zo konden ze dienst doen als basisstructuur voor de compositie van mijn schildering. Ik plakte 6 keer 6 bladzijdes op. Ik sneed de diagonalen. De vorm en verhouding laat zich daarna invullen. Hoef je niets voor te denken.

Nog een beeldende invalshoek is: wat je ziet is geen papier, maar slechts de inkt van het papier die achterbleef op de acrylverf. Het papier zelf ben ik gaan wegschuren. Ik ontdekte dat op het laatst alleen de inkt van de achterzijde zichtbaar bleef, vastgehecht aan de verflaag onder het papier. Dat levert ook weer iets beeldends op: Door de kennis op deze manier letterlijk te vervagen ontstond die gespiegelde tekst. De visie werd zo onleesbaar. De traditie is immers letterlijk vervaagd.

Mijn vertekpunt was de ondergrond met 36 bladzijdes en de lijnstructuur. De schouw past binnen deze structuur. Ik ben al zoekend op weg gegaan, zonder plan. De schildering zelf is hier en daar schetsmatig gelaten, zoekend, onaf. Het lijkt alsof het op een krant geschilderd is. Het effect is in tegenspraak met de eeuwigheidsaanspraak van de schouw zelf.

Zo heb ik al schilderend, kijkend en schurend de compositie gebouwd. Als vanzelf ontstonden op de knooppunten kleurvlakken en ik koos ervoor om de voorstellende beelden abstract te vertalen naar kleurvakken. Denkend aan Mondriaan zag ik de kleursymboliek van geel, rood en blauw. De kleuren symboliseren de posities van de 7 deugden, de schout en schepenen (de leeuwen),de keizer en God. De hiërarchie is zo beeldend in de compositie terug te vinden. De gelaagdheid is letterlijk.

Onderzoek
Er is heel wat onderzoek gedaan naar de ontstaansgeschiedenis van de schouw en ook de iconografie is uitgebreid onderzocht. Ik begon met de praktische studie van Trudy Brink (Brink, T., Spiegel voor stadsbestuur nader onderzocht. Over de schouw van Colijn de Nole in Kampen, 2009.) Daarna las ik alles wat ik kon vinden over de schouw. (Met dank aan Carin Koopmans, die uitstekend de weg weet in allerlei documentatie) Zo raakte ik steeds meer gefascineerd, door de verhalen over de 7 deugden, de 9 helden, de ruzie tussen Colijn de Nole en de kamper stadstimmerman. Ik las over de vroege renaissance en de kennis over het juiste gebruik van de klassieke orden. De voorbeeldboeken. Ik heb me verdiept in de Gulden snede en het renaissance ideaal van rond 1550 in de lage landen. Wat wist men en wat deed men en vooral, wat deed Colijn de Nole? Maar ik vond niets over de schouw in relatie tot verhoudingen en de toepassing van de Gulden Snede in het bijzonder. Vreemd, want die verhoudingen vormen de grondslag van het hele iconografische verhaal: de menselijke maat in beeld. Onderzoekers zijn niet altijd beelddenkers. Ik ben dus zelf gaan meten en kijken. Het resultaat heb ik al beschreven.

Verdieping
Voor ware kennis heb je een sleutel nodig, immers, zichtbaarheid is een valstrik. De Egyptenaren hadden de sleutel gevonden. De Grieken gingen ermee verder en de Romeinen schreven het allemaal nog eens op. In Middeleeuwen werd de gulden snede overal toegepast. In de periode van de Renaissance werd oude kennis over de klassieke orden herontdekt en uitgebouwd. Leonardo da Vinci’s werk is niet te begrijpen zonder zijn belangstelling voor onderzoek naar de Gulden Snede, de Goddelijke verhouding, in ogenschouw te nemen.

De gulden snede is de verdeling van een lijnstuk in twee delen in een speciale verhouding. Bij de gulden snede verhoudt het grootste van de twee delen zich tot het kleinste, zoals het gehele lijnstuk zich verhoudt tot het grootste. Geven we het grootste deel aan met a en het kleinste deel met b, dan is de verhouding van beide zo dat a : b = (a+b) : a.

Reeksen
Een reeks is een rij getallen waar een orde in zit. Bijvoorbeeld in de volgende reeks:1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, enz. Elk getal is de som van de twee voorgaande getallen. Je begint met 1 en 1 en daarna tel je steeds op: 1 + 1 = 2, 1 + 2 = 3, 2 + 3 = 5, 3 + 5 = 8, ... Deze bovenstaande reeks is genoemd naar de Italiaanse wiskundige Fibonacci die rond het jaar twaalfhonderd een boek schreef over het rekenen. Het is de Fibonaccireeks. Wanneer we een getal uit de reeks van Fibonacci delen door het kleinere getal ernaast krijgen we steeds ongeveer hetzelfde getal, een getal in de buurt van 1,6180339887. Deze constante 1,618 wordt aangeduid met de Griekse letter ϕ, ‘phi’. , Dat getal is de letter phi in het grieks, Phitagoras. De stelling van Phitagoras werd als analogie gezien voor de goddelijke werkelijkheid in de aardse werkelijkheid. Het getal 1,61 is de basis voor de Gulden Snede: Op een lijn: a verhoudt zich tot b als b zich verhoudt tot de optelsom van a en b. In een rechthoek: de korte zijde a verhoudt zich tot de lange zijde b als de lane zijde b zich verhoudt tot a+b. De diagonaal van zo'n rechthoek maakt een hoek van ongeveer 37 graden. Deze rechthoek kun je met een trucje tekenen vanuit een cirkel, dus met passer en lineaal. Deze rechthoek zie je goed in het plaatje van de ideale mens van Leonardo Da Vinci. Daarin zie je ook dat deze fibonaccireeks verbonden werd aan de menselijke maat.

Renaissance en verhoudingen
Een meetkundige verhouding heeft net als een reeks een constante, maar dan meetkundig. Interessant zijn getalsverhouding in een meetkundige vorm in de ruimte, of in het platte vlak. Een gelijkzijdige driehoek is zo’n twedimensionale grondverhouding, of een gelijkbenige driehoek, of een vijfhoek enz. De onderlinge samenhang tussen cirkel, driehoek, vierkant en vijfhoek brengt de getal-symboliek naar de fysieke meetbare ruimte. immers, een driehoek kun je uitmeten in de wereld en voor je het weet heb je een piramide, een kubus, enz. Een meetkundig zuivere verhouding uitgezet in de wereld van stof en vergankelijkheid brengt zo Goddelijke verhoudingen binnen de chaos van verschijnselen. In Italie werd rond 1450 het verband tussen de goddelijke verhoudingen en de aardse stoffelijke wereld. (zie Leonardo Da Vinci oa.) De renaissancewetenschappers openden met deze meetkunde het boek der Natuur, naast de bijbel het andere boek waarmee God zijn orde aan de mensen had geopenbaard.

Men legde passer, lineaal en getallen naast de dingen en zag de goddelijke orde. De mens zelf, als beeld van God, werd uitgemeten en men vond de gulden snede als grondverhouding. Alle verschijnselen leken ontworpen te zijn met deze grondverhouding. Het was alsof ze het DNA van de schepping hadden ontdekt. Leonardo en zijn tijdgenoten kwamen op het idee om zelf ook met dit gereedschap aan de gang te gaan. Zo ontstonden de plannen voor ideale gebouwen en steden. De basis is steeds de menselijke maat, in goddelijke verhouding. Via voorbeeldboeken vond deze wetenschap een weg naar bouwmeesters, timmerlieden en naar onze steden en dorpen, boerenschuren en gebruiksvoorwerpen.

Colijn de Nole en de nieuwe menselijke verhoudingen
Colijn de Nole werd ingehuurd vanwege zijn uitgebreide kennis van het nieuwe stijlprogramma. Het werk moest immers een visitekaartje worden van de stedelijke macht van Kampen. Een stevige huldeblijk aan de jonge vorst diende een duidelijk economisch belang. Geen oorlog betekende handel. Maar tevens betekende het een kans om te tonen dat in deze stad de nieuwe menselijke orde heerst. De boodschap aan de keizer is dan ook dat ook zijn macht een macht in verhouding is. Zijn gezag is bij de gratie Gods en bij de gratie van Gods vrije burgers. (hup Holland hup) Toen dan ook het oude raadhuis herbouwd werd na de brand van 1541 werd gekozen het geheel een expressie te geven die paste bij de moderne verhoudingen. Prachtig is die omslag van wereldbeeld te zien in het raadhuis, waar de oude beelden van de (9) helden aan de buitenzijde als getuigenis van het vroeg Christelijke ideaal werden geintegreerd in het nieuwe idioom.
Ik was benieuwd hoe Colijn de Nole wetenschappelijke kennis heeft toegepast en dan toegespitst op de toepassing van de ‘Gulden Snede’. Bekend is dat in de 17de eeuw het zg. Hollands Klassicisme (b.v.stadhuis Amsterdam, Jacob van Campen 1640) het toepassen van de klassieke regels en verhoudingen tot grote hoogte heeft gebracht. Wetenschap en vakmansschap komen in die stijl prachtig samen. Zou honderd jaar eerder al een vroege blijk van die typisch hollandse belangstelling voor orde en maat aanwezig zijn? Uit de literatuur maak ik op dat er rond 1540 al voorbeeldboeken voor bouwmeesters in omloop waren. Het zijn bewerkingen van de voorbeeldboeken van Vitruvius, uit de oudheid. (Vredeman de Vries maakte van voorbeeldprenten zijn levenswerk) Dus je mag aannemen dat de Nole, die zijn sporen verdiend had in de zuidelijke Nederlanden, bekend was met de nieuwste inzichten. Zijn schouw vind ik eerlijk gezegd meer een staalkaart van saaie uitwerkingen van stijlhoogstandjes dan een geinspireerd kunstwerk, maar toendertijd was het romantisch kunstbeeld nog niet in zwang.


Gepubliceerd op maandag 31 augustus 2015 « berichten